Alvast kijken  |   Alvast luisteren
De initiatiefnemers » Lezingen

Lezingen

De kruisvorm in de Matthäus-Passion

De Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach is een muzikale uitwerking van de tekst van hoofdstuk 26 en 27 van het evangelie van Mattheus (Nieuwe Testament). Hierin beschrijft de evangelist de laatste levensdagen van Jezus Christus. Hoofdstuk 26 verhaalt van de aankondiging door Christus van zijn dood, de samenzwering van de hogepriesters, de zalving in Bethanië, het laatste avondmaal, Jezus'doodsangst in Gethsemane, diens gevangenneming en veroordeling door de hoge raad en de verloochening door Petrus. Hoofdstuk 27 vervolgt met de veroordeling door Pilatus, de geseling en doornenkroning en tenslotte de kruisiging, dood en graflegging van Christus.
Bach's toonzetting van het Mattheus-evangelie heeft als uitgangspunt de in de l7e en l8e eeuw veel gebezigde structuur van de oratorische Passie. Dit hield in dat niet alleen de zuivere evangelietekst op muziek werd gezet, maar dat bovendien in het verhaal muzikale fragmenten werden ingebouwd van meer beschouwende aard, die de bedoeling hadden de gebeurtenissen te becommentariëren in de vorm van een overweging of meditatie en als een emotionele reactie van de Christengemeente.
Enerzijds gebeurde dit door het invoegen van een bepaald couplet van een bekend koraalgezang, waarvan de tekst aansloot op het verhaal, anderzijds werden nieuwe teksten op muziek gezet, meestal op de manier van een arioso (recitativo accompagnato) of aria voor solostem, welke vormen ontleend waren aan de Italiaanse opera en het oratorium; soms werden deze teksten benut voor een uitgebreide koorzetting. Ook deze vrije teksten haakten zinvol in op de situatie van het Passiegebeuren.

Waarschijnlijk koos Bach de koraalgezangen zelf. Door zijn grote kennis van de koraalteksten wist hij, waar nodig, bij iedere psychologische situatie een passende couplettekst te vinden. Voor de ariosols en aria’s werden de teksten aangereikt door zijn vriend Henrici, een postbode, die onder de schuilnaamPicander in zijn vrije tijd de dichtkunst beoefende. Waarschijnlijkhebben Bach en Picander zeer intensief samengewerkt om deze vrije teksten compositorisch pasklaar te maken. Uiteraard stond het Bach vrij zelf zijn keuzes te maken op welke plaatsen in het evangelie hij de vrije stukkenwilde inlassen. Hij verdeelde de evangelietekst in 27 blokken en omrankte deze met koralen, arioso's, aria's en vrije koorwerken. Het geheel werd gesplitst in twee delen, een Prima Pafte en een Secunda Pafte; het werk moest tot klinken komen tijdens de eredienst op Goede Vrijdag (de dag waarop traditioneel de kruisdood van Christus gevierd werd), het eerste deel "vor der Predigt" en het tweede deel erna.

Structuurplan:
Een nadere bestudering van deze uiterlijke tweedeling brengt twee opvallende aspecten aan het licht, die een dieper liggend structuurplan doen vermoeden:

a) Het is nogal merkwaardig dat Bach zich voor de tweedeling van het werk niet heeft gehouden aan de in het Bijbelverhaal aangegeven verdeling in hoofdstuk 26 en 27. Deze splitsing zou niet alleen het meest voor de hand hebben gelegen, maar bovendien kon op die manier het eerste deel met 75 bijbelverzen zonder veel moeite langer duren dan het tweede, dat 66 verzen omvat en zou een heel natuurlijke verdeling zijn ontstaan met de langste tijdspanne vóór de "Predigt" en de kortste erna. Voor een structuurgevoelig componist als Bach was deze verdeling in een lange en korte proportie logisch en gebruikelijk. Bij alle cantates, die uit twee delen bestaan (waarbij eveneens het eerste deel vóór de preek en het tweede deel na de preek ten gehore werd gebracht), duurt zonder uitzondering het Prima Pafte het langst. Vreemd genoeg echter koos Bach niet voor de door de bijbeltekst aangereikte verdeling in twee hoofdstukken maar maakte de caesuur tussen de beide delen van zijn Matthäus-Passion op een op het eerste gezicht voor de lengteverhoudingen merkwaardig punt, namelijk na de gevangenneming van Christus in Gethsemane. Dit punt valt namelijk reeds na 56 van de 75 verzen van hoofdstuk 26, waardoor het tweede deel niet minder dan 85 verzen omvat, te weten de resterende 19 van hoofdstuk 26 en de 66 van hoofdstuk 27. Gemiddeld duurt het eerste deel (inclusief de vrije werken) op deze wijze ongeveer 25 minuten korter dan het tweede.

b) Een tweede opmerkelijk aspect met betrekking tot Bachs tweedeling is het feit dat het kortere eerste deel een symmetrische opbouw heeft en het langere tweede deel niet. Exact in het midden van het eerste deel bevindt zich een drieluik, dat bestaat uit een centraal liggend bijbelfragment, dat links en rechts geflankeerd wordt door twee koralen op de melodie van "0 Haupt voll Blut und Wunden" . Aan de linkerkant staat het vijfde couplet van deze melodie, met als tekst "Erkenne mich mein Hüter" en aan de rechterkant het zesde couplet, met als tekst "leh wil! hier bei dir stehen".-In beide koraalzettingen is de bekende melodie op dezelfde wijze geharmoniseerd, alleen staat de eerste in E-dur en de tweede een halve toon lager, in Es-dur. De twee koralen vestigen als het ware de aandacht op het tussenliggende bijbelfragment. bit staat precies in het midden van het eerste deel; zowel ervoor als erna bevinden zich 15 stukken. In dit fragment kondigt Christus aan Petrus aan dat deze Hem "in dieser Nacht, ehe der Hahn krähet" driemaal zal verloochenen.

De kruisvorm:
De combinatie van de twee genoemde bijzondere aspecten van het eerste deel van de Matthäus-Passion staat aan de basis voor een mogelijk aanwezige kruis structuur. In deze kruisstructuur vormt dit kortere eerste deel de dwarsbalk en het langere tweede deel de staande balk, die door het centrum van het eerste deel moet worden aangebracht. Zoals we gezien hebben is dit centrum door Bach duidelijk gemarkeerd, Wanneer we in het centrale bijbelfragment van het eerste deel onze aandacht wat meer richten op de inhoud van Christus' woorden valt op dat hij een aankondiging doet van iets dat later zal gebeuren, Als Petrus Hem onvoorwaardelijk trouw belooft met de woorden: "Wenn sie auch alle sich an dir ärgerten, so will ich doch mich nimmermehr ärgem" reageert Christus als volgt: "Wahrlich, ich sage dir: In dieser Nacht, ehe der Hahn krähet, wirst du mich dreimal verleugnen". Het betreft de verzen 33 en 34 van hoofdstuk 26, Deze voorspelling wordt letterlijk bewaarheid in hetzelfde hoofdstuk 26, vers 69 tJm 75. Na reeds tweemaal op vragen van omstanders, omtrent zijn connecties met Jezus Christus, ontkennend gereageerd te hebben komt het voor Petrus cruciale moment:
Evangelist: Und über eine kleine Weile traten hinzu, die da stunden, und sprachen zu Petro: Chorus II: Wahrlich, du bist auch einer von denen; denn deine Sprache verrät dich.
Evangelist: Da hub er an sich zu verfluchen und zu schwören:

Hier vindt de drievoudige verloochening door Petrus werkelijk plaats." hier kraait de haan in alle realiteit..... Met name in het gedeelte met de tekst "Da dachte Petrus an die Worte Jesu, da er zu ihm sagte: Ehe der Hahn krähen wird, wirst du mich dreimal verleugnen" worden de woorden van Christus uit het centrale bijbelfragment van het eerste deel bijna letterlijk herhaald. Op dit moment wordt Petrus geconfronteerd met en herinnerd aan de situatie van de avond ervoor, toen Christus hem de verloochening voorspelde.
De daadwerkelijke verloochening vindt plaats vrij vooraan in het tweede deel van Bachs Passie, om precies te zijn na 8 onderdelen. Na dit (negende) deel volgen nog 30 onderdelen, We leggen nu dit tweede deel als staande balk kruiselings over het eerste (de dwarsbalk),van boven naar beneden, en wel op die manier dat het moment van de werkelijke verloochening exact samenvalt met het centrum van het eerste deel, de aankondiging van de verloochening, Zoals onderstaande tekening laat zien, ontstaat een perfecte kruisstructuur:

Op het centrale punt worden nu de aankondiging van de verloochening en de verloochening zelf in elkaar vastgenageld. Gezien vanuit de lutherse theologie ligt hier het scharnierpunt van het lijdensverhaal. Christus heeft geleden en is gestorven om de mensheid te verlossen van de zondeval van Adam. Ook Petrus zondigde zwaar door zijn Meester driemaal te verloochenen. Op het moment dat de haan kraaide herinnerde hij zich Christus' voorspelling en besefte hij ineens dat ook hij zondig was en daardoor mede verantwoordelijk voor Christus' kruisdood. Petrus zet op dit moment de lijn van de zondeval voort. En omdat hij na Christus de eerste grote leider van de kerk zou worden stond zijn verloochening symbool voor het voortdurend verloochenen van God door de christenmens, die steeds weer opnieuw in zonde valt, daardoor Christus zonder ophouden aan het kruis slaat, vervolgens zijn schuld belijdt en om genade bidt.

Zonde en genade….. het zijn dè thema1s van de christelijke en dus ook van de lutherse geloofsovertuiging, waarmee Bach was opgegroeid. Het is veelbetekenend dat de componist in zijn architectonische bouwplan van de Matthäus-Passion niet het objectieve gegeven van de kruisiging of dood van Christus centraal stelt, maar het veel subjectievere en tot het hart van iedere mens sprekende en herkenbare onderwerp van de verloochening van Petrus.
Centraal staat het samenvallen van zonde en genade, de kern van het Christendom. Hier reiken twee belangrijke maar totaal van elkaar verschillende facetten van Bachs kunst elkaar op geniale wijze de hand:
Enerzijds herinnert de als een middeleeuwse kathedraal opgebouwde kruis vorm van de Matthäus-Passion aan de aloude bedoeling en opvatting van de muziek: een afspiegeling te zijn van de volmaaktheid van Gods schepping, compleet met heldere cosmische structuren en een universele beeldentaal. Anderzijds is er de voortdurende onderbreking van het sobere, onpersoonlijke bijbelverhaal door koralen en aria IS, waarin ruimte is voor persoonlijke ontboezemingen en emotioneel-menselijke reacties op het gebeuren; reacties, waarin voortdurend woorden opduiken als "Sünde" en "Gnade". De twee aspecten vinden elkaar op het moment dat het oeroude, objectieve beeld van het kruis gestalte krijgt via een psychologisch en subjectief gegeven de menselijke onvolmaaktheid.
De mogelijke juistheid van deze kruisvorm kan verder worden onderbouwd met een drietal belangrijke argumenten:

1. Aan het begin van mijn betoog besprak ik het nogal merkwaardig gegeven, dat Bach zijn muzikale tweedeling van de Passie niet maakte op basis van de twee hoofdstukken van Mattheus. Wat blijkt nu? De tekst van de daadwerkelijke verloochening van Christus door Petrus vormt de afsluiting van hoofdstuk 26. Op deze manier krijgt het scheidingspunt tussen de beide hoofdstukken toch een uiterst markante plaats in Bachs structuur. Dit punt ligt namelijk precies op de plek waar de dwarsbalk en de staander elkaar kruisen. Het tekent de psycholoog, theoloog en mysticus Bach, dat hij in zijn concept en bouwplan twee elkaar aanvullende structuurlagen heeft aangebracht:
- enerzijds een uiterlijke, voor iedereen zichtbare laag: de verdeling in deel I en 2, van elkaar gescheiden door de "Predigt".
- anderzijds een meer verborgen laag: vanuit de hoofdstukken 26 en 27.

Bij oppervlakkige beschouwing lijkt de componist achteloos aan de tweedeling volgens de hoofdstukken voorbij te gaan. Bij een dieper onderzoekvan allerlei bijzondere structurele elementen, zoals de opvallende symmetrie van het eerste deel, blijkt in de diepere lagen van het werk een kruisvorm aanwezig, die aan de verdeling in hoofdstuk 26 en 27 plotseling een unieke waarde meegeeft.

2. Wanneer we de tekening aan een nader onderzoek onderwerpen en het aantal stukken vanuit de kruis vorm in kaart brengen ontstaat het schema zoals dat op de volgende bladzijde staat afgedrukt:
De dwarsbalk bestaat uit 31 stukken, 15 vóór en 15 na het centrale bijbelwoord met de aankondiging van de verloochening. De staande balk bevat vanaf het kruispunt van de balken, dus vanaf het fragment met de verloochening, eveneens 31 stukken. Het bovenste stuk van de staander telt 8 stukken, ongeveer de helft van de halve dwarsbalk. De getallen beantwoorden op natuurlijke wijze aan de gemiddelde proporties van een kruisbalk. Met name het gelijke aantal stukken op de dwarsbalk en op het onderste deel van de staander is frappant.

3. Bach heeft het scheidingspunt tussen de twee hoofdstukken, en dus het kruispunt van de twee balken van het kruis, nog op een andere duidelijk zichtbare manier kracht bijgezet. Na de bijbeltekst, betreffende Petrus' verloochening, klinkt een aria, die onmiddellijk wordt gevolgd door een koraal (zie tekening). Deze techniek heeft de componist op geen enkel ander moment in de Matthäus-Passion toegepast; een koraal staat altijd apart tussen twee bijbelteksten in en een aria wordt hooguit gecombineerd met een voorafgaand arioso. Er is hier dus sprake van een unieke situatie in het gehele werk, die andermaal aangeeft hoe bijzonder dit moment in het verhaal voor Bach was.
Bovendien betreft het twee uiterst intens doorleefde reacties van de gelovige mens op het "kruis"-gebeuren, reacties, die een psychologisch keerpunt in het "meebeleven" zichtbaar maken. Hoofdstuk 26 eindigt met het berouw van Petrus, nadat hij zich door het kraaien van de haan bewust is geworden van zijn Godsverloochening.... "und ging hinaus und weinete bitterlich".....
Onmiddellijk sluit de alt als vertegenwoordigster van de Christengemeente aan met de tekst en muziek, die door velen als het kardinale hoogtepunt van de Matthäus-Passion worden ervaren:
Erbarme dich, mein Gott, um meiner Zähren willen!
Schaue hier,Herz und Auge weint var dir, bitterlich.

De gelovige mens weent met Petrus mee, toont óók berouwen vraagt om vergeving. In het onmiddellijk op de aria volgende koraal richt de gelovige mens in één directe impuls zijn blik weer op God; hij bekent zijn schuld en geeft zich over aan Gods genade:
Bin ich gleich van dir gewichen, steil ich mich doch wieder ein;
hat uns doch dein Sohnverglichen durch sein Angst und Todespein.
Ich verleugne nicht die Schuld; aber deine Gnad und Huid
ist viel grösser als die Sünde,die ich stets in mir befinde.
Vanuit de verborgen kruisstructuur lijkt het mij een zinvolle gedachte om na het koraal "Bin ich gleich von dir gewichen", dat de afsluiting van hoofdstuk 26 zo duidelijk markeert, een kort moment van stilte in te lassen. Natuurlijk heeft Bach deze pauze in zijn partituur niet aangegeven, in verband met de diep verborgen symbolische kruisvorm, maar zij zou in het kader van een verduidelijking van deze vorm.en als een bijzonder moment van bezinning op de meest cruciale psychologische situatie van het drama zeer intens kunnen werken.....  

Kees van Houten

Webdesign: Stipp, Deventer